Je kent het vast wel, zo’n contrasterend randje stof dat tussen twee naadjes uitsteekt en een kledingstuk net een beetje extra geeft. Gebruik jij wel eens een paspel (in het Engels piping) tijdens het naaien? In deze tutorial leg ik je uit hoe je dat aanpakt, lees je mee?
Allereerst: een paspel/piping in je project kun je maken met veel verschillende soorten materiaal. Op één na hebben ze gemeen dat de strook stof die gebruikt wordt, schuin van draad gesneden is. Dat betekent dat de repen in een hoek van 90 graden op de zelfkant gesneden zijn: dit zorgt ervoor dat de stof een beetje rekbaar wordt èn makkelijk de bocht om te leiden is. Op z’n Frans heet dat biais (spreek uit biejee) en in het Engels bias tape.
✂️ Er bestaat prefab paspel; een biaisband met een koord erin gestikt. Hierdoor heb je een dikke paspel, een klassieker.
✂️ Je kunt dat zelf ook nabootsen door biaisband te nemen, of stroken stof schuin van draad te snijden en dat om een koordje heen te vouwen. Wat voor koordje maakt niet zoveel uit, zolang het maar niet te dik is.
✂️ Voor rekbare stoffen bestaat er ook een rekbare paspel; gemaakt van synthetisch materiaal en een beetje glimmend aan één kant. Niet schuin van draad.
✂️ Paspel is ook te maken zónder koord. Dan neem je een stuk biaisband (van katoen, maar mooier is de satijnen variant*, of de versie van About Blue van french terry, voor rekbare kledingstukken) en dat snij je in de lengte doormidden. Dan hou je twee stroken over die iets meer dan 2 cm breed zijn. Je kun ook zelf een strook stof (schuin van draad) snijden van 2,25 cm breed.
*Let er wel op dat die satijnen band schuin van draad is. Met een gewoon satijnen lint komt je nooit een bocht om.
Waar gebruik je paspel?
Zo’n kek bandje kun je eigenlijk toepassen op elke plek waar je twee naden op elkaar stikt en het ziet er gelijk stukken gelikter uit:
✂️ Tussen de schoudernaden van een raglanshirt (de rekbare versie)
✂️ Tussen de voering en het beleg van een jas of colbert (liefst die zonder koord)
✂️ Tussen zijnaden van een voor- en achterpijp van een broek
✂️ …
Waar te beginnen?
Hier laat ik je stapsgewijs en aan de hand van foto’s zien hoe jij dit zelf kunt gaan aanpakken. In dit voorbeeld gebruik ik de biesband van About Blue, in een matching kleur met de stof van het broekje dat ik maak voor mijn oudste zoon. Die is niet zo van de toeters en bellen, dus ik wist dat ik hem niet blij zou maken met een contrasterend kleurtje. Het patroon is de Cyriel short van (een oude) La Maison Victor.
✂️ 1. Ik start met het tekenen van mijn patroon en het bedenken waar ik die paspel wil hebben. De naden waar die paspel vastgestikt moet worden, hebben minder naadwaarde nodig dan de rest.
Voorbeeld: ik gebruik bij de pijpen rondom 1 cm naadwaarde, maar ik wil een paspel in de zijnaad, dus gebruik ik maar 0,5 cm naadwaarde aan de zijnaad van zowel voor- als achterpijp. Waarom? Het werkt makkelijk om de paspelband strak tegen de randen van de broek te leggen: wanneer je die vervolgens op 0,5 cm vaststikt (je naadwaarde), hou je nog een reepje over van 0,5 cm. Precies een leuke paspel. Voor de prefab-paspel geldt hetzelfde: naast je koord heb je waarschijnlijk 0,5 cm over en het is handig om je naadwaarde van het kledingstuk daarop aan te passen. Pas de naadwaarde aan wanneer jouw paspel breder of smaller is.
✂️ 2. Vervolgens meet ik op hoeveel paspel ik nodig heb. Omdat ik het biesband in de lengte doormidden ga snijden in twee helften, heb ik maar de helft van de gemeten lengte nodig.
✂️ 3. Snij of knip de biesband in de lengte doormidden. Je kunt ‘m eventueel nog een beetje bijstrijken, zodat je een strak gevouwen lint hebt.
✂️ 4. Speld dan de paspel op één van de gewenste naden, knip-randjes bij elkaar (in mijn geval speld ik de paspel op de achterpijp, maar het is een beetje om het even welke naad van beiden je pakt). In alle gevallen, rekbare paspel of niet, mag je de band een beetje op spanning aan de stof spelden. Omdat de stof schuin van draad is kan dat. Doe je dat niet, zal de hele naad een beetje gaan golven na het stikken. Lelijk!
✂️ 5. Stik de paspel vast op 0,5 cm (even meten vanaf je naald, of eventueel je naald verzetten zodat je een makkelijk lijntje om te volgen hebt, zoals de rand van de persvoet van je naaimachine. Ik vind het heel handig om dit met een andere kleur garen te doen. Waarom lees je in de volgende stap…
✂️ 6. Leg nu het andere deel (in mijn geval de voorpijp) er bovenop met de stofrandje op elkaar (4 lagen) en speld de stof op zo’n manier dat je de naad die je in de vorige stapt gestikt kan zien. Dat zie je op de rechterfoto hierboven. Rijg je machine in met de goede kleur garen en stik vast precies op dat eerste stiksel (begrijp je nu waarom het handig is dat die een ander kleurtje heeft?). Je mag er ook net een millimeter naast gaan zitten, want dan zie je dat contrasterende garen van buiten af niet, better safe than sorry.
✂️ 7. Werk de naden samen af (als dat nodig is) en strijk goed. Het is mooi als de ‘geul’ die tussen paspel en pijp zit echt weggestreken is.
✂️ 8. Als je wil, kun je de paspel dan nog één kant op strijken en bovenop de stof doorstikken. Dat heb ik bij de Cyriel short voor m’n zoon ook gedaan, maar achteraf voegt dat niet zoveel toe. Probeer dus een stukje uit en beoordeel of het jouw project mooier maakt of niet.
Hopelijk ben je na het lezen van deze tutorial tot de conclusie gekomen dat het toevoegen van een paspel eigenlijk een peulenschilletje is en ga jij voortaan he-le-maal los met paspel, piping of biesband! ????
Van cursisten krijg ik vaak vragen over de naalden die ze in hun naaimachine stoppen. Ook zijn er cursisten die nooit vragen hierover stellen, omdat ze alles al weten, of omdat ze niet weten dat er van alles over te weten valt… Voor zowel de eerste als de laatste groep heb ik 5 tips op …
Het Anti-Lubberende-Boorden-Beleid in actie! Lees je even mee? Misschien steek je er nog wat van op. Hier heb ik m’n boordjes, gesneden op basis van de kwaliteit van de boordstof: nu neem ik 75% van de halsomtrek en polsomtrek. Ik verdeel de halsboord in 4 en doe dat ook met m’n voor- en achterpand. Ik …
Soms heb je van die prachtige stoffen die je tijdens het knippen/snijden toch heel veel hoofdbrekens kunnen bezorgen! Knal je je patroondelen lukraak op de stof, dan is de kans vrij groot dat je met een broek/jas/blouse blijft zitten met nogal wiebelige lijnen van boven naar beneden en van links naar rechts. Dit oogt niet …
Want niet perfect is tenslotte goed genoeg, toch? Ook al ben ik persoonlijk niet zo’n fan van de V-hals, stylistisch gezien (zoals elke nietsvermoedende cursist al heel snel van mij te horen krijgt, sorry!), maar voor de jongens draai ik er toch graag een in elkaar. Het Quinn shirt van La Maison Victor bijvoorbeeld is …
Paspels, piping en biezen
Je kent het vast wel, zo’n contrasterend randje stof dat tussen twee naadjes uitsteekt en een kledingstuk net een beetje extra geeft. Gebruik jij wel eens een paspel (in het Engels piping) tijdens het naaien? In deze tutorial leg ik je uit hoe je dat aanpakt, lees je mee?
(Op de hoogte blijven van nog meer goede naai-tips? Schrijf je in voor de Studio Dotter nieuwsbrief!)
Wat is paspel?
Allereerst: een paspel/piping in je project kun je maken met veel verschillende soorten materiaal. Op één na hebben ze gemeen dat de strook stof die gebruikt wordt, schuin van draad gesneden is. Dat betekent dat de repen in een hoek van 90 graden op de zelfkant gesneden zijn: dit zorgt ervoor dat de stof een beetje rekbaar wordt èn makkelijk de bocht om te leiden is. Op z’n Frans heet dat biais (spreek uit biejee) en in het Engels bias tape.
✂️ Er bestaat prefab paspel; een biaisband met een koord erin gestikt. Hierdoor heb je een dikke paspel, een klassieker.
✂️ Je kunt dat zelf ook nabootsen door biaisband te nemen, of stroken stof schuin van draad te snijden en dat om een koordje heen te vouwen. Wat voor koordje maakt niet zoveel uit, zolang het maar niet te dik is.
✂️ Voor rekbare stoffen bestaat er ook een rekbare paspel; gemaakt van synthetisch materiaal en een beetje glimmend aan één kant. Niet schuin van draad.
✂️ Paspel is ook te maken zónder koord. Dan neem je een stuk biaisband (van katoen, maar mooier is de satijnen variant*, of de versie van About Blue van french terry, voor rekbare kledingstukken) en dat snij je in de lengte doormidden. Dan hou je twee stroken over die iets meer dan 2 cm breed zijn. Je kun ook zelf een strook stof (schuin van draad) snijden van 2,25 cm breed.
*Let er wel op dat die satijnen band schuin van draad is. Met een gewoon satijnen lint komt je nooit een bocht om.
Waar gebruik je paspel?
Zo’n kek bandje kun je eigenlijk toepassen op elke plek waar je twee naden op elkaar stikt en het ziet er gelijk stukken gelikter uit:
✂️ Tussen de schoudernaden van een raglanshirt (de rekbare versie)
✂️ Tussen de voering en het beleg van een jas of colbert (liefst die zonder koord)
✂️ Tussen de naden van de schouderpas van een overhemd (zie mijn Harriet Blouse hierboven)
✂️ Langs de zakingang van een broek of rok
✂️ Tussen zijnaden van een voor- en achterpijp van een broek
✂️ …
Waar te beginnen?
Hier laat ik je stapsgewijs en aan de hand van foto’s zien hoe jij dit zelf kunt gaan aanpakken. In dit voorbeeld gebruik ik de biesband van About Blue, in een matching kleur met de stof van het broekje dat ik maak voor mijn oudste zoon. Die is niet zo van de toeters en bellen, dus ik wist dat ik hem niet blij zou maken met een contrasterend kleurtje. Het patroon is de Cyriel short van (een oude) La Maison Victor.
✂️ 1. Ik start met het tekenen van mijn patroon en het bedenken waar ik die paspel wil hebben. De naden waar die paspel vastgestikt moet worden, hebben minder naadwaarde nodig dan de rest.
Voorbeeld: ik gebruik bij de pijpen rondom 1 cm naadwaarde, maar ik wil een paspel in de zijnaad, dus gebruik ik maar 0,5 cm naadwaarde aan de zijnaad van zowel voor- als achterpijp. Waarom? Het werkt makkelijk om de paspelband strak tegen de randen van de broek te leggen: wanneer je die vervolgens op 0,5 cm vaststikt (je naadwaarde), hou je nog een reepje over van 0,5 cm. Precies een leuke paspel. Voor de prefab-paspel geldt hetzelfde: naast je koord heb je waarschijnlijk 0,5 cm over en het is handig om je naadwaarde van het kledingstuk daarop aan te passen. Pas de naadwaarde aan wanneer jouw paspel breder of smaller is.
✂️ 2. Vervolgens meet ik op hoeveel paspel ik nodig heb. Omdat ik het biesband in de lengte doormidden ga snijden in twee helften, heb ik maar de helft van de gemeten lengte nodig.
✂️ 3. Snij of knip de biesband in de lengte doormidden. Je kunt ‘m eventueel nog een beetje bijstrijken, zodat je een strak gevouwen lint hebt.
✂️ 4. Speld dan de paspel op één van de gewenste naden, knip-randjes bij elkaar (in mijn geval speld ik de paspel op de achterpijp, maar het is een beetje om het even welke naad van beiden je pakt). In alle gevallen, rekbare paspel of niet, mag je de band een beetje op spanning aan de stof spelden. Omdat de stof schuin van draad is kan dat. Doe je dat niet, zal de hele naad een beetje gaan golven na het stikken. Lelijk!
✂️ 5. Stik de paspel vast op 0,5 cm (even meten vanaf je naald, of eventueel je naald verzetten zodat je een makkelijk lijntje om te volgen hebt, zoals de rand van de persvoet van je naaimachine. Ik vind het heel handig om dit met een andere kleur garen te doen. Waarom lees je in de volgende stap…
✂️ 6. Leg nu het andere deel (in mijn geval de voorpijp) er bovenop met de stofrandje op elkaar (4 lagen) en speld de stof op zo’n manier dat je de naad die je in de vorige stapt gestikt kan zien. Dat zie je op de rechterfoto hierboven. Rijg je machine in met de goede kleur garen en stik vast precies op dat eerste stiksel (begrijp je nu waarom het handig is dat die een ander kleurtje heeft?). Je mag er ook net een millimeter naast gaan zitten, want dan zie je dat contrasterende garen van buiten af niet, better safe than sorry.
✂️ 7. Werk de naden samen af (als dat nodig is) en strijk goed. Het is mooi als de ‘geul’ die tussen paspel en pijp zit echt weggestreken is.
✂️ 8. Als je wil, kun je de paspel dan nog één kant op strijken en bovenop de stof doorstikken. Dat heb ik bij de Cyriel short voor m’n zoon ook gedaan, maar achteraf voegt dat niet zoveel toe. Probeer dus een stukje uit en beoordeel of het jouw project mooier maakt of niet.
Hopelijk ben je na het lezen van deze tutorial tot de conclusie gekomen dat het toevoegen van een paspel eigenlijk een peulenschilletje is en ga jij voortaan he-le-maal los met paspel, piping of biesband! ????
(Op de hoogte blijven van nog meer goede naai-tips? Schrijf je in voor de Studio Dotter nieuwsbrief!)
Related Posts
5 Tips over naaimachinenaalden
Van cursisten krijg ik vaak vragen over de naalden die ze in hun naaimachine stoppen. Ook zijn er cursisten die nooit vragen hierover stellen, omdat ze alles al weten, of omdat ze niet weten dat er van alles over te weten valt… Voor zowel de eerste als de laatste groep heb ik 5 tips op …
Het Anti-Lubberende-Boorden-Beleid
Het Anti-Lubberende-Boorden-Beleid in actie! Lees je even mee? Misschien steek je er nog wat van op. Hier heb ik m’n boordjes, gesneden op basis van de kwaliteit van de boordstof: nu neem ik 75% van de halsomtrek en polsomtrek. Ik verdeel de halsboord in 4 en doe dat ook met m’n voor- en achterpand. Ik …
Hoe knip je verticaal gestreepte of geruite stof perfect recht van draad?
Soms heb je van die prachtige stoffen die je tijdens het knippen/snijden toch heel veel hoofdbrekens kunnen bezorgen! Knal je je patroondelen lukraak op de stof, dan is de kans vrij groot dat je met een broek/jas/blouse blijft zitten met nogal wiebelige lijnen van boven naar beneden en van links naar rechts. Dit oogt niet …
De V-hals: hoe maak je een (bijna) perfect exemplaar?
Want niet perfect is tenslotte goed genoeg, toch? Ook al ben ik persoonlijk niet zo’n fan van de V-hals, stylistisch gezien (zoals elke nietsvermoedende cursist al heel snel van mij te horen krijgt, sorry!), maar voor de jongens draai ik er toch graag een in elkaar. Het Quinn shirt van La Maison Victor bijvoorbeeld is …